Zou je een rood jurkje kopen als je wist dat hierdoor een rivier in Azië dezelfde kleur kreeg? En zou je een jeans dragen waarin kankerverwekkende stoffen zijn verwerkt? De harde realiteit is dat iedereen gegarandeerd wel zo’n kledingstuk in zijn kast heeft hangen, ook jij en ik.

Misschien bekijk je het aangehechte kaartje wel eens om te zien of die mooie trui in de winkel gemaakt is van een duurzaam materiaal, maar informatie die daarop vaak ontbreekt is hoe het aan zijn prachtige kleur komt… In dit artikel lees je meer over de wereld die schuilgaat achter jouw kleurrijke kleding.

Één vijfde van de watervervuiling wordt veroorzaakt door textiel

Volgens de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) wordt zo’n 20% van de industriële watervervuiling veroorzaakt door het verven van textiel. Het gaat dan bijvoorbeeld om bleekmiddelen, verschillende soorten schadelijke kleurstoffen en afwerkingsmiddelen die in het water terechtkomen. In landen waar de meeste kleding voor de westerse wereld wordt gemaakt zoals Bangladesh is regelgeving en controle betreft het dumpen van afvalwater zwak, daarom komen de schadelijke stoffen vaak direct in lokale rivieren en andere waterstromen terecht. Filters om dat te voorkomen bestaan en fabrieken hebben ze soms ook, toch worden ze niet altijd gebruikt. Ze zijn duur om te laten opereren en dat betekent minder winst voor de fabrieken (die al weinig betaald krijgen door de huidige modegiganten).

Van het waterleven in deze gebieden blijft op deze manier niet veel over en zelfs voor dieren die op het omliggende land leven en de bodems en planten heeft het immense gevolgen. In een artikel van Forbes noemt de World Bank de kleding- en textielindustrie een grote bijdrager aan watervervuiling: “in 2015 gebruikte de sector 79 miljard kubieke meter water en de VN suggereert dat wereldwijd 80-90% van het afvalwater onbehandeld in het milieu terechtkomt.”

Wist je dat indigo een van de oudste kleurstoffen is die de mens gebruikt?

Er werden niet altijd zoveel giftige stoffen gebruikt in de textielindustrie. Neem bijvoorbeeld je onmisbare blauwe jeansbroek. Toen jeans net werd geïntroduceerd, werden de broeken gemaakt in de Verenigde Staten. Hier werden ze gekleurd met natuurlijke indigo afkomstig van planten die overigens ook in de VS werden geteeld. Dit veranderde met de komst van goedkope en chemische kleurstoffen die dezelfde kleur konden nabootsen en zelfs een constanter resultaat geven, de natuurlijke indigo industrie was in 1914 daarom zo goed als verdwenen. Productie verhuisde toen naar Azië omdat deze chemicaliën verboden zijn in de VS en Europa. Ook moest de jeans in grotere aantallen en sneller worden gemaakt wegens de stijgende populariteit.

Van de VS en Europa, naar Azië, naar Afrika: de goedkope productie achterna

Niet alleen Aziatische landen zoals China en Indonesië kampen met extreem vervuilde rivieren als gevolg van kleding voor de westerse wereld, Afrika zit inmiddels met hetzelfde probleem.

In een rapport van Water Witness International (WWI) werd volgens Reuters aandacht besteed aan de vervuilde rivieren in Lesotho in het zuiden van Afrika en in Tanzania om bewustzijn op te roepen rond de risico's die ontstaan nu wereldmerken steeds meer kleding inkopen bij kledingfabrieken in Afrika. De grote retailketens trekken naar het zuiden van Afrika omwille van de nog goedkopere Afrikaanse arbeidskrachten en belastingvoordelen.

In Lesotho vonden onderzoekers een rivier die zichtbaar vervuild was met blauwe kleurstof voor denim jeans. Ook stond in het rapport dat sommige stukken van de Msimbazi rivier in de buurt van een textielfabriek nabij Dar es Salaam, Tanzania, een pH-waarde hebben van 12. Dat betekent dat het water zeer basisch/ alkalisch is, volgens de normen voor de basiskwaliteit van grote rivieren mag de pH –waarde schommelen tussen 6,5 en 8,5. Plaatselijke gemeenschappen gebruiken de rivier onder andere om zich te wassen en voor irrigatie.

Voor de vele mensen die rondom die rivieren wonen en het milieu in die omgeving, zijn de gevolgen groot. Het drinkwater van de lokale bevolking is vervuild en mensen hebben geen andere keuze dan het toch te drinken. Daarnaast komen mensen die in de fabrieken werken in contact met de schadelijke stoffen, niet alleen door hun armen in de toxische verfbaden te steken, maar ook door de chemische stoffen in de lucht in te ademen wat slecht is voor hun gezondheid.

We kunnen niet langer ontkennen dat er een link is tussen verf uit de mode-industrie en watervervuiling. Stichting Greenpeace startte in 2011 een ‘Detox’-campagne om aandacht te vestigen op dit probleem, ze riepen de textielindustrie op om trendsetter te worden en een standpunt in te nemen over de invloed die kledingproductie heeft op mens en milieu. Greenpeace zegt in deze campagne dat giftige chemicaliën uitbannen nog maar het begin is. Ook de VN en EU besteden aandacht aan de vervuiling veroorzaakt door de mode-industrie.

Kleurstoffen de wereld rond

De Wereldbank identificeerde 72 giftige stoffen die uitsluitend worden gebruikt voor het verven van textiel. Sommige chemicaliën die fabrieken gebruiken om kleding te verven zijn verboden in de Europese Unie maar worden in China volop ingezet en dat is problematisch. Want vanaf hier kunnen ze de wereld rondreizen. Niet alle verfstoffen zijn even schadelijk maar er zitten stoffen tussen die niet afbreekbaar zijn in de natuur en ook niet achteraf te verwijderen zijn.

Wat maakt die verfstoffen nu zo schadelijk?

Omdat niet alle kleurstoffen in de verfbaden zich binden aan de textielvezels, belandt een deel van de chemicaliën via afvalwater in het milieu. Het is jammer genoeg niet altijd te zien welke fabrieken nu onbehandeld afvalwater lozen omdat het water vaak via ondergrondse en gedeelde pijplijnen uitmondt in natuurwater.

Eenmaal in waterwegen hopen giftige stoffen, waaronder reactieve kleurstoffen, synthetische azokleurstoffen en andere gevaarlijke chemicaliën zich op tot een punt waar het licht niet meer tot het oppervlak kan doordringen. Hierdoor kunnen planten minder goed fotosynthese uitvoeren en daalt het zuurstofgehalte in het water. Dit heeft als gevolg dat waterplanten en -dieren sterven en de biodiversiteit afneemt. Want ook dieren hoger in de voedselketen die afhankelijk zijn van het waterleven in de rivier hebben te kampen met de gevolgen. Daarnaast heeft het vervuilde water stroomafwaarts gevolgen voor het drinkwater voor mens en dier, landbouw, visserij, het toerisme en de recreatiesector.

In de onderstaande tabel staan een aantal van de meest schadelijke en toch voorkomende chemicaliën uit de kledingindustrie uitgelicht met hun invloed op het lichaam. Organische tinverbindingen, perfluorchemicaliën, chlorobenzenen en chloorhoudende oplosmiddelen zijn geen kleurstoffen maar afwerkingsmiddelen zoals coatings en oplosmiddelen om de textielvezels te maken. Daarom krijgen zij in deze blogpost geen verdere uitleg.

Synthetische kleurstoffen worden over het algemeen gemaakt van bijproducten van aardolie en aardmineralen. Azokleurstoffen vormen de grootste groep van synthetische aromatische kleurstoffen die in de textielindustrie worden gebruikt, 70% van van de jaarlijks geproduceerde kleurstoffen is azoverf. Hiermee kunnen we kleding in felle kleuren verven zoals felrood of geel. Omdat azoverf goed oplosbaar is in water kan je huid de chemicaliën ook goed absorberen waardoor je huid- en oogirritaties kunt krijgen.

Azokleurstoffen bestaan uit een of meer azogroepen (-N=N-) en sulfongroepen (SO3-) maar juist sommige varianten van die azoverbindingen vormen een groot gezondheidsprobleem. Ze kunnen het risico op kanker verhogen en zijn zo giftig dat de Europese Unie, China, Japan, India en Vietnam het gebruik en de invoer ervan hebben verboden. Daarnaast zijn ze niet-biologisch afbreekbaar. Toch kiezen fabrieken of kledingmerken vaak voor azokleurstoffen omdat ze effectiever zijn bij lage temperaturen dan azovrije verf en dat betekent dat fabrieken er gemakkelijker mee kunnen werken. Ze bieden ook een breder kleurengamma, daarom is de kleding helderder en vervagen de kleuren niet snel in de was.

In sommige kleurstoffen vinden we zware metalen terug zoals lood (Pb), chroom (Cr), cadmium (Cd), koper (Cu) en nikkel (Ni), deze metalen hebben ernstige gevolgen voor de mensen en dieren die in de buurt van verfhuizen wonen. Kleuren zoals blauw, groen en turquoise zijn moeilijk te creëren zonder het gebruik van koper. In het algemeen geldt de regel: hoe donkerder de kleur, hoe groter de hoeveelheid kleurstof die verloren gaat in het afvalwater. Deze metalen kunnen zich ophopen in het lichaam en diverse soorten van kanker, acute ziekten en huidproblemen veroorzaken. Een bijkomstig probleem is dat gewassen worden geïrrigeerd met het vervuilde water en er ook textielkleurstoffen zijn aangetroffen in groenten en fruit die in de buurt van fabrieken werden geteeld.

In de Europese Unie hebben we de REACH verordening die Europeanen beschermt tegen gevaarlijke chemicaliën. Hierin staat waar bedrijven en overheden zich aan moeten houden bij de productie van en handel in chemische stoffen. REACH staat voor: Registratie, Evaluatie, Autorisatie en restrictie van Chemische stoffen en alle stoffen waarvan minimaal 1000 kilogram per jaar wordt geproduceerd of geïmporteerd moeten hier worden geregistreerd. Dit is een goed initiatief van de Europese Unie, ook producten die binnen de EU worden verkocht mogen niet meer dan een bepaalde hoeveelheid chemische stoffen (zoals chroom IV) bevatten. Maar omdat kleding die we hier in de winkelstraten bij modeketens kopen meestal buiten Europa wordt geproduceerd, is dat niet altijd goed controleerbaar en kan onze kleding toch een chemisch verleden hebben.

Natuurlijke versus synthetische stof

Wanneer je een kledingstuk van synthetische textielvezels koopt, zoals van polyester of nylon, is de kans groter dat die geverfd is met synthetische en/ of schadelijke kleurstoffen. Natuurlijke textielvezels kunnen vocht namelijk beter absorberen waardoor verfstoffen zich kunnen hechten aan de vezels bij het gebruik van reactieve verfstoffen. Nylon schijnt ook redelijk verf te kunnen absorberen door zijn structuur maar polyester is hydrofoob en heeft een gebrek aan ionische eigenschappen waardoor verfstoffen niet goed kunnen binden.

Natuurlijke verfstoffen zoals Indigo werken alleen op natuurlijke textielvezels, al zijn er wel fixeermiddelen nodig om ze goed te laten hechten en die kunnen ook schadelijk zijn.

Alhoewel er dus vaker chemische stoffen nodig zijn om synthetische stoffen te verven, is er bij het verven van katoen meer kans dat verfstoffen geloosd worden (25-50% gaat verloren afhankelijk van de exacte verfstof) dan bij het verven van polyester (15% gaat verloren) omdat niet alle verfstoffen zich direct aan het katoen hechten. Voor polyester worden dispersiekleurstoffen (versie van AZO-verfstoffen) gebruikt, deze zijn effectiever maar ook schadelijker voor het milieu dan de kleurstoffen voor katoen.

Hoe komen we van al deze chemicaliën af?

Wil je weten hoe kleding op een wél milieuvriendelijke manier geverfd kan worden en waar je als consument op kunt letten zodat je kledingkast niets met die watervervuiling te maken heeft? Lees dan zeker de volgende blogpost op COSH! Kleding kleur geven met chemicaliën? Het kan anders.