We gooien dagelijks enorme stapels kleren weg. De gemiddelde Europeaan neemt afscheid van ongeveer 11 kilo textiel per jaar. De Europese Unie probeert daar verandering in te brengen door door de levensduur van onze geliefde kleren te verlengen, want weggooien lijkt een gemakkelijke optie, maar het is absoluut geen duurzame.

Waar gaat ons textielafval naartoe?

In Nederland belandde volgens FFact in 2018, 55,4% van het textielafval in het restafval en werd 44,6% binnengehaald via gescheiden textielinzameling. In totaal dankten Nederlanders 305,1 kton textiel af, gemiddeld is dat 17,7 kg per inwoner, ver boven het Europese gemiddelde!

Momenteel gaat van het in Nederland ingezamelde textiel, 84% naar het buitenland toe om daar bijvoorbeeld te verkopen of recycleren. 53% van het ingezamelde textiel is herbruikbaar en kan dus opnieuw gedragen worden en 33% kan gerecycled worden. 14% blijft over als reststroom, hiertussen zit afval, niet- textiel en niet herbruikbaar textiel. Deze cijfers kwamen uit het ‘Massabalans textiel 2018’ onderzoek van FFact, uitgevoerd in opdracht van de Rijkswaterstaat, het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat.

Op Europees niveau eindigt 87% van de gebruikte kleding in de verbrandingsoven of op stortplaatsen.

In België onderzochten Ressources en Herw!n hoe textiel wordt weggegooid. De cijfers liepen nogal uiteen in de drie gewesten. Jammer genoeg zijn er voor textiel nog steeds niet veel cijfers beschikbaar, maar de cijfers geven wel een idee van hoeveel werk er nog te doen is. In Brussel werd 37% aan de sociale economie geschonken en 63% bij het huishoudelijk afval gegooid. In Vlaanderen ging 30% naar de sociale economie, 37% naar de klassieke economie en 33% werd weggegooid. In Wallonië werd het meeste huishoudtextiel aan de sociale economie geschonken met 58%, 9% ging naar de klassieke economie en 33% werd weggegooid. Wilt u meer lezen over de lange reis van textielafval? Lees het COSH! tweedehands onderzoek hier.

Dit roept de vraag op: hoe zou UPV er in België uitzien als de drie gewesten een totaal verschillende manier hebben om textiel in te zamelen? Vooral omdat de lidstaten van de EU vanaf 2025 verplicht zijn om textiel afzonderlijk in te zamelen. Bij COSH! zijn we benieuwd hoe dit in België georganiseerd zal worden!

Laten we de verantwoordelijkheid uitbreiden

Als merken steeds meer kleding produceren, waarom houden we ze dan niet verantwoordelijk voor de levensduur van hun producten? Uitgebreide producentenverantwoordelijkheid (UPV) is een van de oplossingen die de EU voorstelt. Als aan de richtlijnen wordt voldaan, worden merken of producenten tegen 2025 verantwoordelijk voor de manier waarop hun kleding wordt weggegooid, gerecycled, gerepareerd of opnieuw gemaakt. Wil je meer weten over hoe de EU een circulaire economie wil opbouwen en dit haalbaar is? Bekijk dan zeker dit artikel op de COSH! Blog!

Gedurende de laatste twee decennia zijn Europeanen steeds meer kleding gaan kopen. Hierdoor zijn de prijzen gedaald en is de levensduur van kleding korter geworden. Misschien kan de UPV, merken motiveren om meer tijdloze en hoogwaardige producten te produceren!

Frankrijk is op dit moment het enige land dat EPR-voorschriften heeft voor textiel. In Frankrijk kan dankzij de samenwerking tussen verschillende partners op verantwoorde wijze met textiel worden omgegaan. Nederland en Zweden zullen binnenkort een EPR-wetgeving invoeren. De Nederlandse overheid wil een UPV invoeren vanaf 2023. Is België de volgende in de rij?

Lidstaten vragen ook naar een algemene wetgeving vanuit de EU voor de ontwikkeling van een UPV. Mathieu Romas van RREUSE vindt dat het de verantwoordelijkheid van de lidstaten moet zijn om een EPR op te starten in samenwerking met sociale ondernemingen.

Is EPR de manier om onze duurzaamheidsdoelstellingen te bereiken?

Bij nieuwe wetgeving mogen lopende doelstellingen zoals het milieueffect niet uit het oog worden verloren. Zal nieuwe wetgeving op zichzelf de beste manier zijn om onze doelstellingen te bereiken? Deze vraag moet worden gesteld bij de UPV, vooral omdat sommige deskundigen er niet zeker van zijn dat dit het geval zal zijn. Een van de belangrijkste verwachtingen van de Franse UPV was een toename in de kwaliteit van kleding, maar helaas is dit niet het geval geweest. Dit impliceert dat alleen wetgeving niet voldoende invloed heeft op veranderingen in de manier waarop we onze kleding dragen, de levensduur of de herbruikbaarheid van het textiel.

Jo Van Landeghem, quality safety sustainability officer van Belgische modefederatie Creamoda, stelt een aantal voorwaarden waaraan volgens hem moet worden voldaan om de UPV zinvol te laten werken. Hij zei op de EUCircularTalks van 2021 dat we het eens moeten zijn over onder andere:

- Dat een circulaire economie niet hetzelfde is als een recycling economie.

- Dat één UPV systeem voor al het textiel nooit volledig passend zal zijn.

- Dat we allemaal verantwoordelijkheid delen in de ecologische voetafdruk tijdens de levensduur van een product.

- Dat we rekening moeten houden met de globale impact en dat we lokaal moeten handelen.

- Dat textiel meer is dan mode verkocht door retailers en importeurs, denk bijvoorbeeld aan medische werkkleding.

- Dat we moeten accepteren dat de huidige valorisatie technieken gelimiteerd zijn en dat er voor de meeste textiel afvalstromen daarom nog geen oplossing is.

Dus, hoe kunnen we de verantwoordelijkheid van de producent uitbreiden?

Om ervoor te zorgen dat kleding een langer, gezonder en nuttiger leven leidt, moet de mode-industrie veranderen, of het nu gaat om het vroege ontwerpstadium tot aan het einde van de gebruiksduur van de kleding.

De fast-fashion wereld is gebaseerd op het zo snel mogelijk maken van kleding, met alle risico's van dien voor de kwaliteit en het welzijn van de arbeiders die de artikelen produceren. Wanneer de kleding versleten of uit de mode is, moedigen fast fashion-merken dit gedrag aan door "recyclagebakken" in hun winkels te plaatsen en mensen te belonen met kortingen om nieuwe kleding te kopen. Het toekomstig hergebruik van kleding uit deze bakken is onzeker en niet alle textiel kan worden gerecycled... De kringloop is dus nog steeds niet gesloten. Lees meer over textielrecycling en hoe dat in zijn werk gaat in deze blogpost.

Dus als recyclagebakken niet de beste oplossing zijn voor merken om hun verantwoordelijkheid uit te breiden, wat kunnen ze dan wel doen? Natuurlijk kunnen merken beginnen met tijdloze stukken te creëren, de kwaliteit ervan te verhogen en fabrieken de gelegenheid te geven om kwaliteitsstukken te leveren in plaats van kwantiteit. Dit kan ertoe leiden dat niet alleen ontwerpers de materialen die ze gebruiken waarderen, maar ook de consument. Zo kan er een diepere band ontstaan tussen mensen en hun kleding en wordt de kleding meer gewaardeerd en verzorgd.

1. Een andere manier om producentenverantwoordelijkheid uit te breiden is door verhuur-, terugname- en reparatiediensten te introduceren. Er duiken steeds meer kledingbibliotheken en verhuurdiensten op en bij COSH! vinden we dat een interessante ontwikkeling. De impact van kleding huren kan erg verschillen, want als je ervoor kiest om de kleding naar je huis te laten sturen, kost dat meer uitstoot dan wanneer je de kleding lokaal huurt.

Er zijn verschillende soorten huursystemen. De meest voorkomende is dat een merk/verhuurwinkel eigenaar is van de kleding. Zij zijn verantwoordelijk voor het onderhoud van de kleding en de accessoires. Als particulier betaal je een lidmaatschap. Jukebox in Brussel is een voorbeeld van zo’n kledingbibliotheek. Door herhaaldelijk te huren, wordt de levensduur van de kleding verlengd door de meerdere nieuwe eigenaars, wat betekent dat ook kleding die soms maar kort gedragen wordt zoals zwangerschapskleding toch een lange levensduur kan krijgen.

2. Als merken een terugnameservice hebben, ontstaat de mogelijkheid om een gesloten kringloopsysteem te implementeren. Als je bijvoorbeeld een spijkerbroek terugbrengt die je hebt gekocht of geleased bij MUD jeans, gebruiken zij deze oude spijkerbroek om nieuwe te maken, zodat de spijkerbroek in feite in de kringloop van het merk blijft. Een ander voorbeeld is het merk Red Stars, dit merk maakt tassen en maskers van PET-flessen. Bij Red Stars kun je je tas inleveren als je hem niet meer gebruikt en dan smelten ze het materiaal weer om tot nieuwe tassen.

3. Met reparatiediensten kan een jeans met een gat in de knie bijvoorbeeld gemakkelijk worden gerepareerd door het merk zelf of een partnerreparatiebedrijf. Daarna kan de klant hem langer dragen en is er minder behoefte om hem weg te gooien of te vervangen door een nieuw kledingstuk. Het is hierbij wel belangrijk om stukken van betere kwaliteit te produceren, omdat repareren niet mogelijk is als de stof al van slechte kwaliteit is en de hele tijd scheurt.

4. Op de Circular Textile Days 2021 sprak Henk Gooijer van de FTN/ TKT (Federatie Textielbeheer Nederland/ Technologisch Kenniscentrum Textielverzorging) over textielverzorgingsmethoden en duurzaamheid. Hun idee was om het textielgebruik te intensiveren door het wassen uit te besteden aan professionele wasprogramma's en daarmee de CO2-uitstoot en het energieverbruik te verminderen.

Bovenstaande oplossingen om de producentenverantwoordelijkheid uit te breiden hebben te maken met bedrijfsmodellen, het dragen van kleding en wat er gebeurt na het dragen ervan. Maar wat kan er gedaan worden om rekening te houden met circulariteit voordat kleding wordt geproduceerd? Prof. dr. Karine Van Doorsselaer, hoofddocent materialen en eco-design aan de Universiteit Antwerpen deelde haar inzichten tijdens een webinar over ontwerpen voor een circulaire economie, georganiseerd door VOKA.

Zij verwees naar verschillende types of mogelijkheden voor ecodesign:

  • Design voor hergebruik, het product is ontworpen om een tweede leven te krijgen in de vorm van hergebruik

  • Design voor deeleconomie, producten die gemaakt zijn om te delen en die gemakkelijk schoon te maken en te repareren moeten zijn

  • Design voor verlenging van de gebruiksfase, dus het product moet repareerbaar zijn, geüpgraded kunnen worden en er moeten verschillende componenten beschikbaar zijn voor de klant om dit te kunnen doen

  • Design voor reparatie en onderhoud, het product moet gemakkelijk schoon te maken zijn, moet modulair worden ontworpen en onderdelen moeten gemakkelijk te repareren zijn

  • Design voor herfabricage, het product wordt gemaakt in een product-service combinatie en componenten met dezelfde voorspelde levensduur moeten bij elkaar geclusterd worden

  • Design voor recycling, het product wordt ontworpen om nadien gerecycleerd te worden, materialen moeten zorgvuldig gekozen worden, het is belangrijk om te kiezen voor monomaterialen en materialen die vaak gebruikt worden zodat ze na gebruik gemakkelijk gerecycleerd kunnen worden

  • Design vanuit recycling, producten worden gemaakt van gerecycleerde materialen

  • Design voor compostering, materialen worden zo gekozen dat ze na gebruik kunnen worden gecomposteerd, dus bestaan ze alleen uit natuurlijke materialen en ze moeten verteerbaar zijn

Al deze ontwerpbenaderingen kunnen worden gebruikt als instrumenten om de verantwoordelijkheid van de producent uit te breiden. Van Doorsselaer benadrukte dat ecodesign of circulair ontwerpen naast de milieuvoordelen ook economische voordelen kan opleveren.

Geen circulariteit zonder het lokaal te houden en werkende technologie

Peter Koppert stuurt innovatie en ontwikkeling aan bij Modint en werkt aan een UPV-strategie voor Nederland. Op de Circulaire Textieldagen van 2021 zei hij dat hergebruik transparanter moet worden, omdat deze fase zich vaak in het buitenland afspeelt en het percentage van hergebruik in ons eigen land omhoog moet. "Kleding die je in Nederlandse vintage winkels vindt wordt nu geïmporteerd uit het buitenland, we zouden meer herbruikbare kleding in ons land kunnen houden en hier kunnen verkopen in plaats van te verschepen." Bij COSH! geloven we sterk in een lokalere economie en denken we dat het verschepen van kleding geen duurzame oplossing is, zeker niet als we het hebben over afvalstromen van afgedankte kleding.


Volgens de EU wordt wereldwijd minder dan 1% van de kleding gerecycled om opnieuw kleding van te maken, deels als gevolg van ontoereikende technologie. Peter Koppert zegt dat er ook op het gebied van recycling knelpunten zijn die moeten worden opgelost. "Van een katoenen t-shirt wordt gezegd dat het recyclebaar is, maar wordt het ook echt gerecycled? We moeten nog investeren in ontwikkelingen om de (beter werkende) technologieën te creëren die nodig zijn. Een andere uitdaging is dat de vezelkwaliteit goed moet zijn om er nieuwe kleding van te kunnen maken."

Hergebruik voor recycling

Een UPV-wetgeving zou gericht moeten zijn op hergebruik, ook al vereist het proces een aanzienlijke hoeveelheid handenarbeid. Het sorteerproces is intensief, vooral in vergelijking met het sorteren voor recycling, maar toch moet hergebruik altijd de eerste optie zijn. Kleding van lage kwaliteit maakt dit moeilijk en dat is vaak de reden waarom hergebruik niet mogelijk is. In dat geval zou recycling de oplossing moeten zijn.

COSH! is het eens met deze strategie, wij zien hergebruik, ruilen en tweedehands winkelen als een duurzamere optie dan upcycling, en upcycling als duurzamer dan recycling. Door textiel te hergebruiken, bespaar je energie, water en uitstoot die anders nodig zou zijn om de kleding te recyclen.

Bij COSH! vinden we ook dat kleding überhaupt van betere kwaliteit gemaakt moet worden, zodat je er langer van kunt genieten. Gelukkig is dit doel ook opgenomen in de UPV. De UPV kan ons helpen om een circulaire economie op te bouwen en minder afval te creëren.

Alle (gebruikte en ongebruikte) kleding heeft een doel, het is niet nodig om het als afval te behandelen. En uiteindelijk gaat het erom minder te produceren, want hoeveel truien kun je allemaal tegelijk dragen? Er hoeven er geen 20 in de kast te liggen.