Op 18 mei 2022 woonde COSH! een werksessie bij die door de Fair Wear Foundation werd georganiseerd. De titel van de sessie was: "The International Accord on Health and Safety in the Textile and Garment Industry" of "Het internationale akkoord inzake gezondheid en veiligheid in de textiel- en kledingindustrie". Tijdens deze sessie werd een overzicht gegeven van de context, doelstellingen, schaduwzijden en pluspunten van deze overeenkomst. De aangesloten merken en belanghebbenden werden ook uitgenodigd om hun meningen, bedenkingen en overtuigingen te delen.

Een lang verwacht akkoord in de textielsector

Het internationale akkoord inzake gezondheid en veiligheid in de textiel- en kledingindustrie

De Fair Wear Foundation (FWF) is een non-profitorganisatie (NGO) die pleit voor een betere aanpak bij het maken van kleding. De organisatie zorgt ervoor dat de rechten van de arbeiders worden gerespecteerd en dat hun werk veilig, waardig en goed betaald wordt. Als onderdeel van deze missie heeft de FWF besloten het Internationale Akkoord inzake gezondheid en veiligheid in de textiel- en kledingindustrie (Internationale Overeenkomst), die rechtstreeks betrekking heeft op de rechten van werknemers in het Mondiale Zuiden, in de schijnwerpers te zetten.

Het Internationale Akkoord is een juridisch bindend akkoord dat op 1 september 2021 tot stand kwam als reactie op de instorting van de Rana Plaza-fabriek in Bangladesh in 2013, waarbij meer dan 1.100 arbeiders omkwamen en meer dan 2.000 gewond raakten. Het is een initiatief van UNI Global Union (voorheen Union Network International), een wereldwijde vakbondsfederatie, die nationale en regionale vakbonden samenbrengt met IndustriALL, een wereldwijde vakbondsfederatie die meer dan 50 miljoen werknemers in ruim 140 landen vertegenwoordigt. Zij hebben voortgebouwd op het akkoord inzake brand- en bouwveiligheid in Bangladesh dat op 24 april 2013 werd ondertekend. De overeenkomst uit 2013 is op zich al een onafhankelijke en juridisch bindende vijfjarige wereldwijde kaderovereenkomst. Het is gesloten tussen wereldmerken en is bedoeld om de arbeidsomstandigheden in de confectie-industrie veiliger te maken.

De belangrijkste industrie in Bangladesh is de kledingindustrie, die de grootste economische activiteit in het land vertegenwoordigt. Volgens de National Garment Workers Federation (NGWF), de grootste nationale vakbond in Bangladesh, die sinds 1984 in Dhaka is gevestigd, zijn er sinds de grote brand van 27 december 1990, die 27 arbeiders het leven heeft gekost, elk jaar of zelfs elke maand branden in fabrieken geweest. Er moet dus dringend gehandeld worden!

Het Bangladesh International Accord is voor 26 maanden vastgelegd in een overeenkomst tussen merken, detailhandelaren en vakbonden en heeft tot doel de confectiefabrieken in Bangladesh veilig te stellen. De merken betalen een bijdrage afhankelijk van het aantal fabrieken waarmee ze werken in Bangladesh. Ze moeten ook nauw samenwerken met hun leveranciers om actieplannen op te stellen als er klachten zijn van werknemers. De merken moeten ook zorgen voor financiële regelingen, bijvoorbeeld: vooruitbetalingen of het aanbieden van langetermijnverbintenissen.

De toepassing in de praktijk

Het akkoord is ondertekend door meer dan 170 merken met fabrieken en hulpbronnen in Bangladesh.

Het akkoord concentreert zich op 3 aspecten:

  • Onafhankelijke inspecties van brandveiligheid, elektrische, structurele en verwarmingssystemen, met de implementatie van correctieve actieplannen (CAP's).

  • De oprichting van een comité voor gezondheid en veiligheid en een opleidingsprogramma voor gezondheid en veiligheid op het werk (OHS).

  • De instelling van een klachtenmechanisme voor de veiligheid en de gezondheid van de werknemers.

Op fabrieksniveau omvat de uitvoering van het akkoord onafhankelijke controles van de fabriek door inspecteurs die vervolgens een rapport moeten schrijven, waarna de fabrieken en merken actieplannen moeten invoeren. Sinds de inwerkingtreding zijn al meerdere gebouwen met levensbedreigende risico's voor werknemers geïdentificeerd. Vervolgens worden regelmatig inspecties uitgevoerd om de voortgang van de veiligheidssanering te controleren en te verifiëren. Het comité voor gezondheid en veiligheid is ook verantwoordelijk voor het organiseren van opleidingen, rondleidingen en vergaderingen over veiligheid in de fabriek.

De werknemers kunnen gebruik maken van een klachtenmechanisme op het gebied van gezondheid en veiligheid. Werknemers kunnen hun problemen op een veilige en vertrouwelijke manier aan de orde stellen. Als er een klacht wordt ingediend, wordt die onderzocht in samenwerking met personeelsvertegenwoordigers. Het doel is om deze klachten op het laagste niveau op te lossen. Als de kwestie is opgelost, wordt de informatie naar alle werknemers in de fabriek gestuurd voor meer transparantie.

Voordelen voor werknemers

Een revolutionair akkoord?

De overeenkomst is ondertekend door grote kledingmerken! Tot de leden behoren Primark, de Inditex-groep (Zara, Pull&Bear, Massimo Dutti, Bershka, Stradivarius, Oysho, en Zara Home), Hema, C&A, H&M, en Mango. De merken hebben meer dan 60 miljoen dollar in het Bangladesh-programma geïnvesteerd. Daarnaast wordt het Accord International gecontroleerd door vier grote NGO's: het Worker Rights Consortium, het Maquila Solidarity Network, het Global Labor Justice-International Labor Rights Forum, en de Schone Kleren Campagne, de grootste alliantie van vakbonden en NGO's in de kledingsector. Ook de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO) is actief aanwezig om ervoor te zorgen dat de rechten van werknemers worden gerespecteerd. Deze organisaties zijn een grote troef.

Volgens Joris Oldenziel, uitvoerend directeur van het Internationaal Akkoord, zijn er sinds de invoering meer dan 38.000 inspecties en follow-ups uitgevoerd. Er zijn meer dan 150.000 brand- en elektriciteitsrenovaties gepland. 1,8 miljoen werknemers zijn opgeleid inzake essentiële veiligheid op de werkplek en 1.475 veiligheidsklachten zijn ontvangen en onderzocht (90% gesloten). Sinds 1 juni 2020 zijn 361 installaties buiten bedrijf gesteld en nu veilig.

Deze overeenkomst maakt een basisniveau van sociale dialoog mogelijk. Het biedt instrumenten die werknemers in de toeleveringsketens in het Mondiale Zuiden een grotere stem geven. Bovendien stelt de overeenkomst merken in staat hun doelstellingen op het gebied van mensenrechten te behalen. Ze kunnen ook samenwerken met fabrieken van een ander toonaangevend merk om dubbel werk te voorkomen. Merken hebben toegang tot gespecialiseerde technische expertise op het gebied van brand- en bouwveiligheid.

De volgende stap zou zijn dit systeem over te brengen naar Pakistan, India, Sri Lanka en Marokko en meer regeringsinitiatieven te ontwikkelen. De merken moeten dus hun verantwoordelijkheid nemen, snel handelen en ervoor zorgen dat hun middelen effectief worden gebruikt.

Een echte doorbraak?

Deze overeenkomst is een stap vooruit in de richting van respect voor mensen en hun rechten op de werkvloer. Bovendien is het juridisch bindend, wat betekent dat de aangesloten merken verplicht zijn om de acties uit te voeren die in het akkoord zijn afgesproken. Zij hebben bijvoorbeeld toegezegd de Ready-made Garment Sustainability Council (RSC) te steunen, een onafhankelijk orgaan dat in Bangladesh gezondheids- en veiligheidsprogramma's heeft opgezet. De overeenkomst heeft momenteel alleen betrekking op fabrieken in Bangladesh en in deze fabrieken zijn grote verbeteringen verwezenlijkt. Lidmaatschap van deze overeenkomst betekent echter niet dat merken in andere landen van hun verantwoordelijkheden kunnen worden vrijgesteld. Veel van de merken die de overeenkomst ondertekend hebben, zijn in handen van grote winkelketens of zijn fast fashion-merken die met talrijke schandalen te kampen hebben. Sommige staan zelfs op de "Lijst van Schande" van Raphaël Glucksmann. Op deze lijst staan merken die beschuldigd worden van het profiteren van de dwangarbeid van Oeigoeren in Chinese fabrieken. Bijvoorbeeld de Inditex groep of Adidas. Laten we hopen dat de overeenkomst in de toekomst wordt uitgebreid tot heel Azië en ook tot Afrika.

Wat het lidmaatschap van de overeenkomst betreft, betalen grote en kleine ondernemingen een vaste bijdrage die niet hoger kan liggen dan een bepaald bedrag. Deze vergoeding is niet afhankelijk van hun omzet! Het systeem lijkt gunstiger te zijn voor grote bedrijven dan voor kleine bedrijven omdat de berekening gebaseerd is op de totale FOB-waarde van de producten uit Bangladesh en het aantal fabrieken dat voor de merken in Bangladesh produceert. Volgens dit systeem kan het voorkomen dat een kleine of middelgrote onderneming meer betaalt om deel uit te maken van de overeenkomst dan een grote onderneming met een hogere omzet. Bijna 50% van de 174 ondertekenaars van de Overeenkomst besteden minder dan 10 miljoen dollar per jaar in Bangladesh. Daarom variëren hun jaarlijkse tarieven tussen minder dan $1.000 en $8.000. De hoogste vergoeding bedraagt niet meer dan $350.000. Geen enkele grote onderneming zou een overeenkomst hebben ondertekend zonder vastgesteld bedrag, aangezien de advocaten van de onderneming het project zouden hebben geblokkeerd. De overeenkomst is dan ook bedoeld om inclusief te zijn. Bovendien zou het kunnen dat de overeenkomst zonder de steun van de grote groepen, niet zo'n grote draagwijdte bereikt zou hebben. We moeten de grote groepen die verschillende fabrieken in Bangladesh bezitten dus niet bang maken en de deur niet sluiten.

Bij COSH! verwelkomen we elk initiatief dat tot doel heeft de werknemers en het milieu te respecteren. De overeenkomst moet zichzelf bewijzen en wij hopen dat er in de toekomst een radicalere verandering komt. De consumenten moeten zich er echter van bewust zijn dat een positieve maatregel in één land een merk niet vrijpleit van zijn verantwoordelijkheden in andere landen. Volgens onze mening mogen merken niet over dit initiatief communiceren wanneer ze doorgaan met negatief handelen in andere landen. Dat zou consumenten misleiden.

Wil je meer weten over de verschillende acties van de textielindustrie?

Bekijk dan hier onze verschillende blogs.