27 februari 2026
Hoe blijf je relevant als webshop in 2026?
- COSH! Leden Publiciteit
ESPR en het verbod op de vernietiging van onverkochte goederen: wat betekent dit voor COSH!-leden vanaf 2026?
Op 9 februari 2026 heeft de Europese Commissie een duidelijke grens getrokken: onverkochte kleding, accessoires en schoenen mogen niet meer worden vernietigd. Onder nieuwe maatregelen die verband houden met de Ecodesign for Sustainable Products Regulation (ESPR) verandert de vraag “wat doen we met overschotten?” in een compliance-vraag.
Als je een merk of winkel hebt die in de EU verkoopt, kan dit gevolgen hebben voor je bedrijf: het beïnvloedt je voorraadstrategie, productontwerp, rapportage, partnerschappen met leveranciers of retailers en communicatie. Bovendien is het een teken dat de markt zich ontwikkelt van ‘goede bedoelingen’ naar bewijs en proces.
In 2024 hebben we ESPR al eens onder de loep genomen. Nu is het tijd voor een update: wat is er veranderd, wat staat ons te wachten en wat kun je nu al doen om voorop te blijven lopen?
Bij COSH! volgen we de ontwikkelingen rond ESPR en DPP op de voet, omdat ze rechtstreeks invloed hebben op hoe merken en winkels de komende jaren worden beoordeeld, partnerschappen aangaan en hoe ze worden gereguleerd. Deze update is vooral relevant voor Europese modemerken, multimerkenwinkels en KMO’s in de textielsector die actief zijn in de EU.
De ESPR is nu officieel aangenomen en de Europese Commissie is begonnen met het publiceren van termijnen, gedelegeerde handelingen en implementatiedata die de impact zeer concreet maken, vooral voor merken en retailers die werken met textiel, kleding en schoeisel.
De meest recente publicatie, van begin 2026, betreft het verbod op de vernietiging van onverkochte goederen en de daarmee samenhangende rapporteringsverplichtingen.
Een van de meest concrete veranderingen voor modebedrijven in de EU (merken en multimerken): vanaf 19 juli 2026 is het vernietigen van onverkochte producten in de regel verboden en wordt dit niet langer beschouwd als een normale end-of-life oplossing.
Het vernietigen van onverkochte goederen is een enorm verspillende praktijk. Alleen al in Frankrijk wordt jaarlijks voor ongeveer 630 miljoen euro aan onverkochte producten vernietigd. Online winkelen maakt het probleem nog groter: in Duitsland worden jaarlijks bijna 20 miljoen geretourneerde artikelen weggegooid. Directoraat-generaal Milieu, Europese Commissie
Vernietiging zal alleen worden toegestaan in strikt bepaalde uitzonderingsgevallen, zoals:
Zelfs dan moet vernietiging gerechtvaardigd zijn, gedocumenteerd worden en ondersteund worden met bewijs dat eerst alternatieven zijn overwogen.
Dit verbod geldt voor alle middelgrote (vanaf 2030) en grote ondernemingen (vanaf juli 2026), kleine en micro-ondernemingen zijn vrijgesteld.
We vrezen dat deze vrijstelling multinationals zou kunnen stimuleren om onverkochte voorraden via micro-entiteiten af te voeren. De ESPR erkent dit risico en staat de Commissie toe om de verplichtingen uit te breiden tot micro-/kleine ondernemingen als er in de toekomst bewijs is van omzeiling. Niki de Schryver, founder COSH!
Naast het verbod op het vernietigen van onverkochte voorraden, zullen bedrijven ook verplicht worden om informatie over deze voorraden openbaar te maken.
Voor grote ondernemingen treedt deze maatregel in werking op 2 maart 2027, voor middelgrote ondernemingen op 19 juli 2030. Ook hier geldt een uitzondering voor kleine en micro-ondernemingen, maar de verwachtingen ten aanzien van deze transparantie zullen hun weerslag hebben op de hele waardeketen.
Op het eerste gezicht lijkt het verbod op het vernietigen van onverkochte kleding een grote doorbraak. Maar de werkelijke impact zal afhangen van hoe strikt de uitzonderingen worden geïnterpreteerd en of het systeem de juiste keuzes aan het einde van de levensduur beloont.
Dit is de meest zorgwekkende maas in de wet. Als ‘kosteneffectief’ mag betekenen ‘goedkoper dan reparatie op dit moment’, dan blijft vernietiging de gemakkelijkste uitweg, vooral in een markt waar reparatie nog steeds ondergefinancierd is en recycling de meer gesubsidieerde, geoptimaliseerde optie wordt.
Onze visie: als het EU-beleid en de EPR-regelingen blijven zorgen dat recycling financieel gezien de ‘beste’ optie is, dan zal reparatie bijna nooit winnen op prijs, niet omdat het onmogelijk is, maar omdat het systeem ervoor zorgt dat het verliest. Dat creëert een contraproductieve stimulans: ontwerp en logistiek zullen niet verbeteren voor reparatie als merken altijd kunnen stellen dat het niet de moeite waard is.
Wat er volgens ons moet gebeuren:
Als ‘kosteneffectief’ mag worden geïnterpreteerd als ‘goedkoper dan repareren op dit moment’, dan blijft vernietiging wellicht de gemakkelijkste uitweg. Ontwerp en logistiek ten behoeve van reparatie zullen niet verbeteren als merken altijd kunnen beweren dat het niet de moeite waard is. Wieke Maris, Head of research COSH!
We zijn voorstander van donaties en hergebruik, en daarom zien we een groot risico in deze uitzondering. De huidige sorteer- en tweedehandsverkoopbedrijven hebben het al moeilijk door de overvloed aan fast fashion-artikelen van lage kwaliteit die worden gedoneerd.
Als grote bedrijven tweedehandsverkoopkanalen kunnen overladen met enorme hoeveelheden, kunnen ze beweren dat ze “het juiste hebben gedaan”, terwijl ze de last verschuiven naar goede doelen, sociale ondernemingen en circulaire hubs die al worstelen met sorteerkosten, opslag en onverkoopbaar afval.
Dit is waar de huidige regeling nog steeds overproductie door de mazen van het net laat glippen: “Onverkochte producten moeten gedurende ten minste 8 weken worden aangeboden voor donatie aan ten minste 3 sociale economie-entiteiten binnen de Unie”. Dit riskeert een formaliteit te worden voor grote fast-fashion-merken om hun producten alsnog te vernietigen.
Want als een bedrijf doorgaat met het overproduceren van kleding van lage kwaliteit die moeilijk te verkopen is en die sociale economie-organisaties simpelweg niet kunnen accepteren (vanwege de kwaliteit, seizoensgebondenheid, hoeveelheid of verwerkingskosten), dan kunnen de artikelen na de vastgelegde donatieperiode alsnog worden vernietigd.
Onze visie: als het eindresultaat na een formeel ‘aanbod’ nog steeds vernietiging kan zijn, dan is er voor grote spelers weinig echte prikkel om:
Wat er volgens ons zou moeten gebeuren:
Deze uitzondering brengt een ongemakkelijke waarheid aan het licht: sommige producten hadden nooit geproduceerd, verzonden of gestockeerd mogen worden.
Als artikelen routinematig ‘ongeschikt’ zijn, wijst dat op tekortkomingen in de toeleveringsketen: zwakke kwaliteitscontrole, onrealistische productietermijnen, kostendruk en slecht toezicht op leveranciers.
Onze visie: de last mag niet op uitzonderingen aan het einde van de levenscyclus terechtkomen, maar bij de oorzaak van het probleem: kwaliteits- en supply chain management.
Wat volgens ons zou moeten gebeuren:
Dit verbod is een krachtig signaal, maar uitzonderingen bepalen het gedrag. Als de uitzonderingen te flexibel zijn, beschermen ze niet de circulariteit, maar het gemak.
Bij COSH! zullen we in de gaten houden hoe deze regels in de praktijk worden toegepast, want het doel kan niet zijn “minder publieke vernietiging”. Het doel moet zijn: minder overproductie, beter ontwerp, echt hergebruik en reparatie, en verantwoordelijkheid die niet stopt bij de deur van het magazijn.
De Ecodesign for Sustainable Products Regulation (ESPR) is een EU-wet die duurzaamheidseisen stelt aan producten die op de Europese markt worden verkocht, waaronder textiel, kleding en schoenen. Deze wet heeft invloed op de manier waarop modebedrijven producten ontwerpen, materialen beheren, onverkochte voorraden beheren en productinformatie verstrekken, waardoor duurzaamheid verschuift van een vrijwillige praktijk naar verplichte producteisen.
Vanaf 19 juli 2026 mogen middelgrote en grote bedrijven niet langer onverkochte textielproducten vernietigen als standaardpraktijk. Vernietiging is alleen toegestaan in strikt omschreven gevallen, zoals veiligheidsrisico’s of ernstige beschadiging en moet worden gedocumenteerd en gemotiveerd. Deze regel verandert het verwachtingspatroon in de hele waardeketen van de mode-industrie.
Ja, volgens de ESPR (Verordening (EU) 2024/1781) moeten grote en middelgrote bedrijven informatie openbaar maken over “afgedankte onverkochte consumentenproducten” (d.w.z. onverkochte goederen die worden weggegooid/vernietigd).
Deze openbaarmaking gebeurt doorgaans op de website van het bedrijf, bedrijven die al duurzaamheidsverslagen (CSRD) publiceren, kunnen de informatie vaak daarin opnemen (of ernaar linken), mits deze voldoet aan het door de EU vereiste model eenmaal de implementatieregels van kracht zijn