Wol is een geliefd materiaal. Het is warm in de winter, ademend in de zomer en vraagt amper onderhoud. Wereldwijd staat wol in voor 1,3% van alle textielvezels, en is het de meest gebruikte dierlijke vezel.

De milieu-impact van wol

Van alle textielmaterialen draagt wol het meest bij aan de klimaatopwarming (Bron: Higg Index). Waarom heeft wol zo een immense ecologische voetafdruk?

Veel land nodig

Om de dieren plaats te geven en te laten grazen, is veel land nodig. De wolproductie heeft een enorme invloed op het landgebruik wereldwijd. Het departement voor milieu, voeding en landbouw in de UK schat dat er maar liefst 2278 hectare grond per ton wolvezels nodig is. Dit is bijzonder veel in vergelijking met andere materialen. Zo heeft katoen slechts 1 hectare per ton katoen nodig. Wol vraagt dus enorm veel landbouwgrond, iets wat vandaag net schaars is.

Schadelijke broeikasgassen

Schapen, geiten en alpaca’s stoten grote hoeveelheden methaan - een broeikasgas - de lucht in. Een schaap produceert gemiddeld 30 liter methaan per dag, een enorme hoeveelheid. Zo is de schapenpopulatie in Nieuw-Zeeland voor 90% verantwoordelijk voor de methaanproductie van heel het land (Bron: Peta).
Wist je dat broeikaseffect van methaan 25 sterker is dan dat van CO2? Wel komt CO2 in grotere hoeveelheden voor, waardoor het een grotere bedreiging vormt voor de planeet. Uit dierlijke mest ontsnapt ook nog een tweede broeikasgas: lachgas. Dit broeikasgas is maar liefst 310 keer (!) sterker dan CO2. Door al deze broeikasgassen, is de veeteelt dus één van de grootste boosdoeners voor de klimaatopwarming.

Veel chemicaliën nodig

Om het wol te kunnen verwerken tot textiel, moet het eerst gereinigd worden met chemicaliën. Zo wordt vuil en mogelijke ziektes verwijderd.
Gelukkig ontkleuren de wolvezels makkelijk, waardoor het gebruik aan bleekmiddel beperkt is. Maar niet dat is niet bij elke soort wol is het geval. Alpacawol laat zich moeilijker ontkleuren dan andere wolsoorten. Hierdoor zijn meer chemische stoffen nodig en is de milieu-impact ook groter. Als we kijken naar de hoeveelheid chemische stoffen die in het water belanden bij alpacawol, is dit 14 keer meer (!) dan de normale waardes bij gewone schapen.

Hoe de milieu-impact verkleinen?

De milieu-impact verkleint wanneer wol wordt gebruikt van dieren uit de vleesindustrie. Hierbij worden de grondstoffen efficiënter gebruikt. Eenzelfde dier dient dan voor zowel wol, als vlees. Maar niet alle schapen kunnen wol én vlees produceren. Oudere dieren hebben een minder fijne wolstructuur, waardoor enkel de jonge dieren voor de wolproductie gebruikt kunnen worden.

Om het dierenwelzijn te garanderen is het echter belangrijk dat ook in de vleesindustrie de dieren goed behandeld werden, hierop heb je helaas niet altijd een garantie.

Diervriendelijk wol, bestaat dat?

Wol is niet het meest diervriendelijke product. De vele schandalen maken duidelijk in welke slechte omstandigheden de dieren worden gehouden. De zachte merino wol uit Australië en Nieuw-Zeeland is zeer geliefd in het Westen, maar weinigen zijn op de hoogte van de wanpraktijken die er plaatsvinden.

Dieronvriendelijk mulesing

Om zoveel mogelijk wol te produceren heeft de mens de merino schapen zo opgefokt zodat ze zoveel mogelijk wol kunnen produceren. Het resultaat? Extra veel huidoppervlakte, waardoor de hoogste hoger is. Door de extra huidoppervlakte zijn de dieren echter ook vatbaarder voor Flystrike. Dit is een ziekte waarbij vleesetende larven zich tussen de warme huidplooien nestelt. De vlieg legt eerst eitjes in de dikke huid, die zich vervolgens ontpoppen tot schadelijke larven.

Om deze ziekte te bestrijden, maken de boeren gebruik van het dieronvriendelijk mulesing process. Mulesing is het onverdoofd wegsnijden van huid aan het achterwerk van de schapen om infectie door vleesetende larven te voorkomen.

Een diervriendelijker, maar arbeidsintensiever proces is het regelmatig nakijken van de vacht en het gebruik van insecticiden. Het diervriendelijk alternatief vraagt veel meer mankracht, wat helaas niet mogelijk is op grote boerderijen en bij de industriële schapenteelt.
De meeste wol in kleding vandaag nog steeds afkomstig uit massaproductie uit Nieuw-Zeeland en Australië. In Australië staan dan 70 miljoen schapen verspreid over verschillende grote schapenboerderijen. De beperkte mankracht op de grote boerderijen laten de boeren niet toe om voor de diervriendelijkere optie te kiezen in plaats van mulesing.

Zijn biologische schapen beter af?

Helaas is ook het dierenwelzijn bij biologische landbouw niet gegarandeerd. Al zal de aandacht voor dierenwelzijn is in de biologische veehouderij groter dan in de gangbare veeteelt. Bij de biologische veeteelt krijgen schapen biologisch voer en respecteert de boer quota voor het aantal dieren per oppervlak waardoor ze zeker voldoende vrije ruimte hebben. Meer voordelen dus dan bij industriële veeteelt.

Op welke certificaten kan je letten?

Terwijl voorbije jaren de wereldwijde wolproductie gedaald is, zien we een stijging in het marktaandeel van duurzamere alternatieven, goed nieuws!

Responsible Wool Standard (RWS)

RWS bevat een lijst met criteria waaraan ingekochte wol moet voldoen, om het dierenwelzijn te kunnen garanderen. Kledingmerk Patagonia richtte dit certificaat op nadat verschillende schandalen met een Argentijnse schapenhouderij aan het licht werd gebracht door PETA. Vandaag hebben verschillende andere bedrijven zich al aangesloten waaronder H&M en C&A.
Het is een van de meest gebruikte certificaten voor wolproducten. In 2018 werd RWS op 278 boerderijen in 6 landen gebruikt. Zuid-Afrika stond hierbij op kop met 133 gecertificeerde boerderijen, gevolgd door Uruguay (69 boerderijen), Argentinië (39 boerderijen), Australië (31 boerderijen), Nieuw-Zeeland (5 boerderijen) en Amerika (1 boerderij). Helaas bevat RWS wol vandaag nog steeds minder dan 1% van de totale wolproductie.

Responsible Mohair & Cashmere

Na de opstart van RWS voor wol in 2016 zijn er verschillende andere gerelateerde certificaten bijgekomen: zo ontstond er in 2019 het Responsible Mohair Standard (RMS) en Responsible Cashmere Round Table (RCRT). Dit om ook het dierenwelzijn bij de angorageiten en kasjmiergeiten te kunnen garanderen. In Mongolië is vandaag 3% van alle kasjmier duurzaam gecertificeerd. Een stap in de goede richting.

QZ label

In Nieuw-Zeelandse vind je het QZ label, dat vergelijkbaar met het RWS. Ook dit certificaat heeft een lijst van maatregelen om een duurzame en diervriendelijke wolproductie te kunnen garanderen. Het QZ label omvat 1% van de totale wolproductie wereldwijd, een hoeveelheid vergelijkbaar met het RWS.
In de afgelopen 2 jaar investeerde het QZ label 1,6 miljoen Nieuw-Zeelandse Dollar in onderzoek en ontwikkeling. Dit is belangrijke evolutie want het merendeel van de massaproductie van schapenwol komt naast Australië uit Nieuw-Zeeland.

Certificaten zijn niet waterdicht

Door de lange productieketens en vele tussenhandelaren blijft het vandaag, ondanks de bestaande certificaten, nog steeds moeilijk om met 100% zekerheid te zeggen dat alle wol in één kledingstuk diervriendelijk geproduceerd is. One World waarschuwt dat het vandaag te vroeg is om uitspraken te doen of het de duurzame wolcertificaten écht een garantie kunnen bieden voor het dierenwelzijn.
De vraag blijft ook hoe toegankelijk de certificatie is, kleinere merken en schapenhouders hebben vaak niet het geld om gecertificeerd te worden ondanks dat ze de dieren wel met respect behandelen.
Dierenwelzijn blijft ook vandaag een moeilijk thema en certificaten bieden slechts een deel van de oplossing.

Wat zou een betere oplossing zijn? Kleinere productieketens, minder tussenleveranciers en rechtstreekse samenwerking met de wolboeren zouden meer transparantie in de sector kunnen brengen.

Verschillende soorten wol

Merinowol

Wist je dat er naast klassiek schapenwol nog verschillende andere soorten wol bestaan? Merinowol is afkomstig van het merino schapenras. Ze is bijzonder geliefd omwille van de extra fijne vezels waardoor je kleding bijzonder zacht aanvoelt. In het algemeen geldt: hoe fijner de vezel, hoe zachter het product.

De prijs van merinowol zal wel iets hoger liggen, omdat het wol trager groeit in vergelijking met andere schapensoorten. Er zal ook meer wol nodig zijn van een fijnere stof om hetzelfde kledingstuk te maken. Daarbij zal een delicatere stof ook een arbeidsintensieve productieprocess vragen.

Alpacawol

Alpacawol is enorm zacht, zachter dan merino wol. Daarbij is het is ook nog eens 3 keer sterker en 7 keer warmer dan schaapswol. Perfect dus voor mensen die het snel koud hebben. De alpaca’s zijn afkomstig uit Zuid-Amerika (voornamelijk Peru, maar ook Bolivia, Argentinië en Chili).

Alpacawol is een goed alternatief voor als je allergisch bent aan wolvet (lanoline). Schapen stoten dit natuurlijk wolvet uit om water, vuil en bacteriën tegen te houden. Sommige mensen kunnen allergisch zijn aan dit wolvet. Omdat alpaca’s geen lanoline produceren, kan dit voor zij die allergisch zijn een oplossing bieden.

Kasjmier

Kasjmier is niet afkomstig van schapen, maar van geiten! De geiten leven in Mongolië, China, India en Pakistan. Ze hebben een zachte ondervacht, die ze één keer per jaar verliezen. In vergelijking met andere dieren is de opbrengst per geit bijzonder laag.


De ondervacht bedraagt slechts 150 g, veel minder in vergelijking met een gemiddeld schaap dat op een jaar 3 kg wol kan produceren, of een alpaca die tot 5kg wol produceert. Kasjmier is dus een uniek product, dat zich ook zal vertalen in de prijs.

Mohair

Net als kasjmier is mohair afkomstig van geiten: de angorageit, niet te verwarren met de angorakonijnen. De helft van al het mohair wereldwijde wordt geproduceerd in Zuid-Afrika. Voor mohairwol wordt zowel de ondervacht als de bovenvacht gebruikt, waardoor het wol een typische pluizige uiterlijk heeft.


De mohair vezels zijn iets dikker dan merino vezels. De vezels zijn lang en glad waardoor je trui of sjaal lekker zacht en glanzend aanvoelt.

Hieronder vind je alle soorten wol en hun milieu-impact nog eens op een rijtje!