JOURNALIST: SARAH VANDOORNE

Was je ook zo onder de indruk van ons onderzoek naar Belgische merken die hun bestellingen uitstelden of annuleren in tijden van corona? Wij gingen te rade bij verschillende ondernemers die beslisten om het anders aan te pakken. Vijf ontwerpers leggen uit hoe zij in deze periode hun hoofd boven water hielden zonder aan hun principes in te boeten.

“Verhelderend!” “Dankjewel om onze ogen te openen.” “Dit is waarom wij COSH! steunen.” “Diepe buiging.” “Dit is wat er gebeurt als je enkel nog maar koopt wat je nodig hebt.” “Hoog tijd voor een plan B, met naaiateliers waar de echte loonkosten verrekend worden in de prijs.” De reacties op het onderzoek naar Belgische merken die in Bangladesh produceren bleven niet uit. “Het waren geen gechoqueerde reacties, geen enkel merk werd met de vinger gewezen, maar veel mensen lieten weten dat het goed was dat dit naar buiten komt”, zegt COSH!-founder Niki De Schryver daarover. “Ik voelde bij onze leden en lezers een gevoel van dankbaarheid, een soort van opluchting.”

Samen met COSH!-onderzoekster Soraya Candido ging Niki eerder in gesprek met een tiental ondernemers die ondanks de moeilijke periode niet van uitstel of afstel moesten weten. “Dat staat in schril contrast met bijvoorbeeld grote retailketens die zelfs hun CSR-managers op technische werkloosheid zetten”, zegt Niki daarover. “Als je daartegenover een klein bedrijf zet met amper een tiental werknemers dat zegt, we got this, we doen verder, dan vind ik dat heel frappant.” Een greep uit de reacties van onze ethische ondernemers.

AN BUERMANS

'Slow fashion: een krachtig en goed excuus'

“Een slag in mijn gezicht.” Zo omschrijft ontwerpster An Buermans de impact van corona op haar zaak. An maakt slow fashion door natuurlijke stoffen te gebruiken en stofresten te upcyclen, om zo weinig mogelijk afval te creëren. Ze werkt met Belgische productie-ateliers in Antwerpen en Sint-Niklaas. Op en top made in Belgium dus. Wat was de impact van de lockdown op de productie zo dicht bij huis?

“De winkel is in totaal 4 maanden gesloten geweest, ik ben meer dan de helft van mijn omzet kwijt”, getuigt An, die net, na zeven jaar ondernemen, voldoende nodige cashflow opgebouwd had en goed voorbereid aan 2020 begon. “In totaal heb ik 6 maanden vertraging opgelopen met mijn productie. Tot op vandaag is niet alles binnen. Het atelier, waar ik al vijf jaar mee samenwerk, stond onder enorme druk om alles klaar krijgen voor de grotere retailers. Ik volg hun schema wanneer het rustiger is en produceer wanneer ik kan in het atelier, al heb ook ik deadlines te halen natuurlijk.”

An ziet het produceren van slow fashion op eigen bodem als een voordeel. “Het geeft me meer flexibiliteit”, weet ze. “Ik maak mijn stuks in beperkte aantallen en heb bijna geen stockoverschot, omdat ik niet seizoensgebonden te werk ga. Met één collectie doe ik langer dan andere ontwerpers. Ik heb het excuus – of beter: de kracht – om te zeggen dat ik stukken meeneem naar een volgende collectie. Zo zijn mijn stukken ontworpen, met als doel om langer te dragen, langer mee te gaan. Dat is voor mij duurzaamheid.”

OPHELIA LINGERIE

'Meer klanten dan voor de crisis'

Net voor Ophelia Debisschop haar nieuwe lingeriecollectie zou lanceren, ging ons land in lockdown. “Ik had nog geluk dat de productie al voor het grootste deel al achter de rug was”, zegt de bezielster van Ophelia Lingerie. Door de coronacrisis verhuisde de lancering en verkoop naar online. “De crisis was vooral een aanpassing in kijken hoe flexibel je kan zijn als merk.”

Ophelia maakt lingerie die lang meegaat en afstelbaar is naargelang je omtrek. De productie gebeurt in kleine oplages in atelier De Spiegelaere in Roeselare, een gespecialiseerd bedrijf voor lingerie en badmode. “Als klein bedrijf is het gemakkelijker om flexibel te zijn”, zegt Ophelia daarover. “De productielijn ligt hier, ik kan zelf dingen maken, ik kan alle beslissingen snel nemen.”

Dat legde Ophelia geen windeieren. “Qua verkoop heb ik het zeker niet minder gedaan. Integendeel: de collectie heeft online heel goed verkocht, mijn omzet is vergroot in plaats van verkleind.” Dat hoort ze ook bij veel andere jonge ondernemingen, gericht op duurzaamheid. “Tijdens de lockdown was er veel reclame van ‘steun lokaal’, veel mensen bewust op zoek naar duurzame en lokale producten. Dat voelde je heel hard, dat mensen aan het steunen waren. Initiatieven van lokale ondernemers zijn heel goed onthaald geweest. Mensen die van thuis uit werkten en niet op vakantie konden, hadden meer geld op het einde van de maand, waardoor ze zich een extra aankoop konden permitteren.”

April was een piek, getuigt Ophelia. “En die verhoging blijft aanhouden. Logisch, want ik heb nu veel nieuwe klanten. Mijn volgers op Instagram zijn verdubbeld, dit zie je ook in je verkoop.” Wat leert Ophelia dat over haar productiemodel? “Deze periode heeft de keuzes die ik in het verleden gemaakt heb bevestigd: kleinschalige, flexibele productie, een collectie per keer, niet al te veel produceren, overstock vermijden. Ik voel me veilig: ik heb nooit overschot waar ik van af moet geraken. Als ik niets meer verkoop, dan stop ik met produceren.”

AWARD/T

'Iedereen in hetzelfde schuitje'

Els Vandenberghen van handtassen- en hoedenmerk Award/t bevestigt dat veel consumenten nu bewuster het lokale ondersteunen. In tegenstelling tot Ophelia Lingerie heeft Award/t er wel een moeilijk voorjaar opzitten. “Vooral in de groothandel zijn we veel omzet verloren”, getuigt Els, die samen met haar moeder Wies onderneemt.

Winkels die hun handtassen verkopen, zijn nu minder happig om ze in te slaan. “We verkopen handtassen aan multimerkenwinkels”, legt Els uit. “Daarvan heb ik slechts een kwart omzet dan een normale periode binnen. Zowel voor het huidige winterseizoen als voor het volgende zomerseizoen durven winkels niet inkopen. Dat heeft zijn impact op ons atelier. Gelukkig bestaat technische werkloosheid in ons land. Zolang iedereen in hetzelfde schuitje zit, heb ik geen angst om mijn werknemer te verliezen.”

Els blijft de toekomst rooskleurig zien. Ze is enorm blij met de steun van Stad Mechelen – “ik ben met mijn gat in de boter gevallen” – en was een tevreden handelaar tijdens het Weekend van de Klant, eerder deze maand. “Dat is een heel goed weekend geweest, wat voor mij aantoont dat er na corona nog aangekocht zal worden. We proberen dus positief naar de toekomst te kijken, ondanks tijdelijke verstrengingen die sowieso opnieuw een verminderde omzet zullen veroorzaken."

INFANTIUM VICTORIA

'Wij plukken de vruchten, wij nemen de risico’s'

Technische werkloosheid? Een mooi idee, maar Dinie Van den Heuvel en Julia Gaydina van Infantium Victoria wilden er geen gebruik van maken. Infantium Victoria is een Belgisch kindermerk dat volledig biologisch en vegan is, met een kantoor in Diegem, retailers in de Verenigde Staten en Europa en fabrieken in India, Duitsland en Portugal. “We hebben vrij snel besloten alle Belgische werknemers in dienst te houden en niet technisch werkloos te verklaren. In goede tijden plukken wij als zaakvoerders de vruchten van mensen in dienst te hebben, als het moeilijker gaat moeten we hen beschermen en zelf het risico nemen.”

Julia en Dinie voelden de impact van corona al op een trip naar India begin februari. Taxi’s weigerden hen mee te nemen, mensen reageerden angstig omdat ze uit Europa komen. Een eye opener voor de onderneemsters, die maar al te goed beseffen hoe moeilijk het is om in een land als India aan social distancing te doen. “Na deze trip besloten we onmiddellijk om ons Belgisch team van thuis te laten werken”, aldus Dinie. “Dit was eind februari, dus nog voor de officiële Belgische corona maatregelen. Door zo snel te reageren, konden we alles op punt stellen.”

Op bevel van de overheid sloten fabrieken in India sloten de deuren, arbeiders moesten het met veel minder doen. “Ze kregen nog een beetje geld betaald, maar niet genoeg, zeker niet als je in een stad woont. Daarom geeft de fabriek waar we mee samenwerken, sinds kort GOTS-gecertificeerd, een bonus aan de werknemers. Zo hebben ze op zijn minst een salaris dat dicht in de buurt komt van hun leefbaar loon, wat ze normaal verdienen.”

NOIR NEAR FUTURE

'Nog sterkere band tussen mode en technologie'

Ontwerpster Bregje Cox kijkt naar de toekomst met haar merk Noir Near Future, dat kleding op maat maakt, made to measure. Vanuit Elsene werkt ze in haar atelier aan kledingstukken met een wachttijd van zes tot acht weken. Iets om naar uit te kijken, dus. Of lag dat anders tijdens deze crisis? “Mijn manier van werken blijft hetzelfde”, zegt Bregje. “Slow fashion is de manier waarop ik met mode bezig wil zijn, nu en in de toekomst.”

Haar omzet is gedaald, maar dat heeft geen impact gehad op de productie. “Het had geen invloed op de lokale naaisters. Ook de stoffen zijn lokaal, vanuit Nederland, dus daar zat weinig vertraging op.” Op premies kon Bregje, als Nederbelg in Elsene, helaas niet rekenen. “Door mijn Nederlandse nationaliteit viel ik tussen de premies in Nederland en België in. De steun kwam van mijn klanten, vaste klanten en nieuwe. Hun kleding wordt op maat aangepast, een service die ze erg appreciëren.”

De crisis heeft Bregje doen nadenken over andere manieren om je publiek te bereiken, om nieuw publiek aan te trekken. Tijdens de lockdown kon Bregje zich focussen op twee samenwerkingen die ze opgestart is. “Daar kruipt veel tijd in”, aldus Bregje. “Maar ik vind het heel fijn, het toont voor mij dat dit ook mijn pad is. We hebben verschillende subsidieaanvragen ingediend rond fashion tech en zullen daar in de toekomst blijven op inzetten.”

Volgens Bregje heeft de coronacrisis de relatie tussen mode en technologie enkel maar versterkt. “De modeweken zijn digitaal doorgegaan, een groot deel van het ontwerpproces is gedigitaliseerd via 3D-technologie …” Een positieve evolutie, vindt ze. “Je kan zo efficiënter werken en je hebt minder stoffen nodig.” Slow fashion zal volgens Bregje uiteindelijk sterker uit deze crisis komen. “Dat denk ik wel. Alles zal kleiner moeten. Deze industrie moet trager.”